|
De dag begon opnieuw… hoe kan het ook anders… met een typisch “Mike-momentje” 😄. Terwijl de groep netjes samenbleef, zag Mike ergens een rog en besloot dat die absoluut op foto moest. Resultaat: even weg van de groep voor het perfecte shot. Wanneer hij zich daarna weer richting de groep haastte, gebeurde er iets onverwachts. Uit een grot verscheen plots twee kleine hamerhaaien. Met zijn 50 à 70 cm was het nog een jong exemplaar. In dit formaat ziet zo’n haai er eigenlijk bijna schattig uit — en eerlijk gezegd was hij waarschijnlijk meer onder de indruk van ons dan wij van hem. Na het eten trokken we opnieuw aan land, waar we voor het eerst red-footed boobies zagen. Op het eerste gezicht lijken ze op hun blauwvoetige familie, maar er is toch een opvallend verschil: deze soort kan gewoon in bomen en struiken zitten. De blue-footed booby mist namelijk een bepaald botje, waardoor die altijd plat op de grond moet blijven. Opnieuw een bewijs dat elke dag hier wel iets nieuws brengt. Wat ook opvalt, is hoe ontspannen de dieren hier omgaan met onze aanwezigheid. De “kinderen” — jonge vogels — lopen gewoon rond, terwijl de ouders niet eens de moeite nemen om hen actief te beschermen. We mogen alles van dichtbij observeren, en soms lijkt het zelfs alsof de kleintjes ons nieuwsgierig staan aan te kijken: “wat voor vreemde wezens zijn jullie eigenlijk?” Even later worden we aangetrokken door luid geroep. Twee fregatvogels zijn druk bezig elkaar het hof te maken. Inclusief opgeblazen keel en het nodige lawaai — het is allesbehalve subtiel 😄. Na een passage langs een opvallend geel bloemetje komen we ook nog enkele maskergenten tegen. Hun jongen zijn nog zacht en pluizig, maar lijken langzaam hun dons te verliezen. Het is mooi om te zien hoe ook hier het leven gewoon zijn gang gaat. Niet alleen op de grond is er beweging — ook in de lucht is het voortdurend kijken. Zo spotten we onder andere een elegante roodsnavelkeerkringvogel, die sierlijk boven ons cirkelt. Tegen de avond mogen we nog een laatste keer het water in. In eerste instantie lijkt er weinig te zien… tot we boven een soort onderwatergeul terechtkomen. Daar verschijnt ineens een grotere haai, zo’n twee meter lang, die rustig heen en weer zwemt langs de bodem. Geen paniekmoment, maar eerder een indrukwekkend schouwspel. We houden netjes afstand en laten hem in alle rust zijn rondjes maken. En zo eindigt opnieuw een dag vol verrassingen — met als rode draad: hoe snel “speciaal” hier bijna normaal begint te worden… en hoe we toch telkens weer verrast worden. |