|
Onze laatste dag wordt nog een echte topdag om door de Alpen te toeren. Als eerste rijden we naar de Passo Crocedomini. Een leuke pas, maar met grotendeels slechts één rijstrook. Daardoor is het voor elke bocht goed opletten voor tegenliggers.
Naarmate we hoger komen, daalt de temperatuur tot aangenaam frisse waarden van rond de 20 graden.
De volgende pas is de Passo dello Foppa, beter bekend als de Mortirolo. Ik snap niet waarom iedereen zijn sticker op het infobord wil plakken, want de naam is ondertussen bijna niet meer leesbaar.
Vooral tijdens de afdaling is de weg goed en een stuk overzichtelijker, waardoor we lekker kunnen "hangen" in de bochten.
Daarna rijden we richting de Stelvio. We volgen de weg omhoog tot aan de afsplitsing naar de Umbrailpas. Via deze route steken we daadwerkelijk de pas over en bevinden we ons opnieuw boven de 2.500 meter hoogte.
Vervolgens volgt een lange afdaling. Bij de Reschenpas stoppen we nog even bij het bekende kerktorentje dat midden in het water staat. Opvallend genoeg was het waterpeil deze keer een stuk hoger dan tijdens eerdere bezoeken, waardoor het hoogteverschil tussen de oever en het meer veel kleiner leek. Blijkbaar was het hier ook een stuk warmer, want we zagen verschillende mensen zwemmen.
Ondertussen loopt het al tegen de avond. Als we de snelweg blijven vermijden, zouden we pas rond 20.30 uur onderaan het dal aankomen. Daarna moeten we nog gaan eten en willen we ook nog langs oude bekenden: de familie Moser.
Daarom besluiten we in Landeck toch de snelweg te nemen en dus ook door de Arlbergtunnel te rijden.
Snel wordt via internet een dagpas gekocht en voilà: we winnen bijna een uur reistijd. Daardoor kunnen we nog bij daglicht in Bürs aankomen, waar we bij Gasthof Traube genieten van een heerlijk avondeten. Vervolgens raken we nog net voor het donker aan bij de familie Moser.
Een gezellige babbel, gecombineerd met een "vrouwenwijn" voor de dames, maakt het einde van deze reis compleet.
|