27 Juni - Diamond Circle

Vandaag staat er opnieuw een druk en gevarieerd programma op de planning. Waar we de afgelopen dagen vaak lange afstanden moesten overbruggen, liggen de bezienswaardigheden vandaag gelukkig op telkens zo’n 30 minuten rijden. We bevinden ons in het gebied dat bekend staat als de Diamond Circle – een minder bekende, maar minstens even indrukwekkende tegenhanger van de Golden Circle.

Onze eerste stop is het charmante walvisdorpje Húsavík, vaak beschouwd als dé walvishoofdstad van IJsland. Hoewel we zelf geen boottocht maken, hoopt Mike stiekem om met zijn telelens toch een walvis vanaf de kant te spotten. En jawel hoor… met een beetje fantasie (en veel zoom) kunnen we bevestigen: we hebben walvissen gezien 😉.

Daarna rijden we verder naar Tjörnes, een schiereiland dat bekendstaat om zijn vogelkliffen. We verwachten eerlijk gezegd niet al te veel, aangezien puffins meestal ’s ochtends vroeg de zee opzoeken om vis te vangen voor hun jongen. Maar wanneer we op een klif een groepje mensen zien staan, besluiten we toch even te gaan kijken. En met succes: er zitten er nog verrassend veel! Mike weet weer niet waar eerst te kijken – of te fotograferen.

We lopen een beetje achter op schema, maar maken toch nog een stop bij Ásbyrgi Canyon. Dit hoefijzervormige canyon, volgens de IJslandse mythologie gevormd door een hoefafdruk van het achtbenige paard van Odin, straalt een ongelooflijke rust uit. Het groene landschap in combinatie met de imposante rotswanden maakt het tot een echte oase.

De volgende halte ligt opnieuw een half uurtje verder. Onderweg wisselen uitgestrekte lavavelden en opvallend groene grasvlaktes elkaar af – typisch IJsland. We trekken onze wandelschoenen aan voor een tocht van zo’n 2 km over rotsachtig terrein naar de indrukwekkende Dettifoss. Deze waterval staat bekend als de krachtigste van Europa, en dat voel je: het bulderende water en de opstijgende nevel maken diepe indruk. Iets verderop ligt Selfoss, een bredere maar minder ruige waterval, die een mooi contrast vormt.

Daarna rijden we door naar de geothermische zone van Hverir. Hier lijkt het landschap haast buitenaards: borrelende modderpoelen, zwavelgeur en overal stoompluimen die uit de grond ontsnappen. Op sommige plekken hoor je een sissend geluid, alsof er ergens een reusachtige fluitketel staat te koken. De stoom komt van diep onder de grond, soms wel van een kilometer diepte – pure natuurkracht aan het werk.

Op slechts 8 km afstand ligt de Viti-krater, gevuld met opvallend gekleurd water dat bijna fluoriserend oogt. Vlakbij bevindt zich ook een geothermische energiecentrale. Hier wordt de natuurlijke stoom uit de aarde opgevangen en omgezet in elektriciteit. Opvallend zijn de vele leidingen die bovengronds lopen – het ziet er bijna uit als een industrieel doolhof midden in de natuur.

We sluiten de dag af met een bezoek aan Grjótagjá, een kleine lavagrot met helderblauw water. Het is er krap en laag, dus niets voor wie last heeft van claustrofobie, maar het is absoluut de moeite waard. Door het licht en het water ontstaat er een bijna magische sfeer – al is het niet eenvoudig om dat goed op foto vast te leggen.



260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001

260627001